De Rosmolen

"Juuu, Prosper" - Een nieuwe rosmolen in Herzele

Johny De Pelseneer en Alain Goublomme, molenaars op de Herzeelse staakmolen Te Rullegem, kwamen enkele jaren geleden op het idee daarbij die molen een optrekje te creëren waar ze wat praktisch en historisch molengerief kunnen stapelen, aan een groepje schoolkinderen een molenfilmpje kunnen tonen – want ze moeten volgens het nieuwe onroerenderfgoed-decreet heel wat educatiever worden - of onder gelijkgezinden in de luwte een babbel kunnen slaan, ook met molenliefhebbers voor wie de steile trap naar de meelzolder van de windmolen een te moeilijke hindernis is geworden.

 

Toen ze een paar jaar geleden rondliepen in de werkplaats van molenmaker Eric Van Leene zagen ze het onafgewerkte geraamte van een rosmolen te koop staan. Ook zij waren meteen verkocht. Met deze rosmolen zouden ze niet alleen hun mooie plannen kunnen verwezenlijken, maar bovendien een eeuwenoud molenlandschap kunnen herstellen, naar het inspirerende voorbeeld van dat in Ertvelde.

 

Stonden er ooit rosmolens in Herzele?

Vragen met “ooit” erin, leggen we graag voor aan Herzelenaar Georges L. Souffreau, een bijzonder onderlegde archiefsnuffelaar. Dankzij hem weten we al langer dat de wind- en watermolen van de heerlijkheid Herzele al vóór 1380 bestonden. In dat jaar werden ze helaas samen met het kasteel en de halle door de grafelijke legers van Lodewijk van Male in brand gestoken.

 

En rosmolens, Georges? “Die waren er ook. Toen Willem van Melun, prins van Espinoij en heer van Herzele, in 1630 samen met andere edellieden een complot smeedde tegen de Spaanse bezetter, liep dit uit op een mislukking. De prins vluchtte naar Frankrijk en zijn goederen werden aangeslagen en verkocht. Rijksarchief Gent, Vorstelijke Domeinen nr 133 folio 100.Archieven leren ons dat de korenwindmolen van Herzele én - jawel - een rosmolen toen in het bezit kwamen van Guillaume de Richardot, heer van Galmaarden en van Tielt ten Hove.”

 

M(ijn)her Guill(elmus) de Richardot, grave van Gammaraige, here van Thielt ten Hove, trecht by coope (ver)creghen van(den) grave van Egghermont van een coorenwintmeulen in(de) prochie van Ertsele, tj(aer) 1631 – xiiij pond p(arisisis). Item, den zelven m(ijn)her Guill(elmus) de Richardot, van een rosmeulen staen(de) inde voorn(oemde) prochie, tj(aer) 1630 – viij pond p(arisis).

 

Foto: Hubert Dhauwe

Een Rijksarchief Gent, heerlijkheid Herzele, nr. 64 (Staten van Goed).uitgebreidere verwijzing naar een rosmolen te Herzele vond Georges in de Boedelbeschrijving bij overlijden met minderjarige kinderen (toen 25 jaar).staat van goed van Joannes Josephus Rollier, schepen van het dorp, die op 31 oktober 1784 aldaar overleed. Die moet een belangrijk en welstellend man zijn geweest, gezien zijn eigendommen en het feit dat hij in de kerk werd begraven. Zijn hofstede stond aan de Kerckhofstraete, dus midden in het dorp en was ongeveer 21 aren70 roeden groot. Uit de inventaris van zijn bezittingen halen we het volgende: het battiment van een olie stampmolen ende alle de drayende wercken ende alle tgonne den selven molen raeckende is. Zijn weduwe, Maria Angelina Standaert, zal de onroerende goederen voor de prijs van 5200 gulden van de erven afkopen. De hofstede bezat, naast zes werkpaarden, vijf melkkoeien en twee ossen, ook nog 937 lijnzaadkoekenlijsebroot en 211 raapzaadkoekenraepbroot, daerenboven nog vier en een halve tonnen raapzaad- en lijnzaadolieraep- ende lijsesmaut, sonder t’gonne in het stampkot, ligghende op tien differente vaeten. Deze stampmolen moet zeer zeker een binnenrosmolen zijn geweest.

 

Op de watermolen ’s Heerenmeersen van de heerlijkheid Herzele werd in 1703 door molenaar Adriaan de Backere, die toen burgemeester van Herzele was, een oliemolen geplaatst. Olie- en rosmolens hebben dan ook steeds deel uitgemaakt van de dorpsgemeenschap.

Een nieuwe rosmolen, historisch verantwoord dus

Het heeft lang geduurd vooraleer alle vergunningen voor de bouw van een rosmolen bij de Molen Te Rullegem verleend waren. De enige instantie wou het rossekot namelijk vlakbij de windmolen, de andere op enige afstand ervan. Zodra de knoop was doorgehakt, begon Johny de funderingssleuven uit te graven. Hij vond daarbij sporen van een Romeinse dakpan en verbrand hout. Daarna legde hij de vloer en metselde hij het funderingsmuurtje. Molenbouwer Eric Van Leene kon dan het rossekot op de fundering laten zakken.

 

Johny De Pelseneer puzzelde vervolgens zowat veertig dagen lang honderden kastanje leien volgens de regels van goed vakmanschap op het dak van het rossekot in elkaar. Zijn vrouw Rita ben ik onnoemelijk dankbaar voor haar onschatbare hulp tijdens elke bouwfase. Molenmaker Eric Van Leene en zijn maat Clement hielden zich ondertussen bezig met het molenwerk. Ze maakten onder meer een indrukwekkend spoorwiel met een diameter van 4,80 meter. Vier kleinere wieltjes brengen de paardenkracht over op een koppel molenstenen met een diameter van 92 centimeter. De overbrengingsverhouding bedraagt 1/16de. Het paard loopt linksom.

 

De samenwerking tussen molenmaker en molenaars was er eentje uit de goede oude tijd: niet zelden botsende meningen over hoe het moet maar uiteindelijk vriendschappelijke schouderklopjes na prima molenwerk. De officiële opening van de rosmolen vond plaats op zondag 26 april. Johny kreeg de welverdiende eer om “juu, Prosper” te roepen tegen het Brabants trekpaard en de eerste tarwe in de graanbak te kieperen. De initiatiefnemers en de molenmaker kregen ontzettend veel woorden van lof.

 

Het fraaie rossekot staat ten oosten van de molen, waar het de windvang nauwelijks hindert. Ook Herzele beschikt nu over een zeldzame wind- en rosmolencombinatie.